Weten van de hoed en de rand

Gisteren was het weer de derde dinsdag in september. Zoals bij de meeste Nederlanders wel bekend is, is dat bij ons Prinsjesdag. Dat klinkt als een soort nationale feestdag voor kinderen of iets dergelijks, maar de naam is ietwat misleidend. In werkelijkheid worden op deze dag de troonrede en de miljoenennota gepubliceerd. Het is de dag waarop Nederland te horen krijgt wat ze mogen verwachten op het gebied van economische voor- en tegenspoed, internationale vraagstukken en andere prangende kwesties. Feitelijk een soort politiek weerbericht dus.

Nu moet ik toegeven dat ik niet over voldoende wilskracht (of voldoende tijd) beschik om de hele dag het nieuws nauwgezet te volgen tijdens Prinsjesdag, dus heb ik mezelf tegoed gedaan aan een paar online samenvattingen. Toen ik een daarvan aan het doorlezen was, brachten de eerste alinea’s me niet veel verrassingen. De economie trekt wat aan, dat is wel prettig aangezien ik op zoek ben naar werk, en er zijn problemen omtrent vluchtelingenstromen en terreurdreigingen, helaas ook niet veel nieuws onder de zon. Maar de vierde alinea zette me op het verkeerde been. Ineens gaat het over de bijzondere hoedjes en jurken waar kamerleden en koningshuis mee kwamen aanzetten. Wacht, wat?

Oké, ik begrijp dat ons koningshuis in zijn geheel genomen vooral aan elkaar hangt van folklore, en dat ze er eigenlijk al decennialang hoofdzakelijk voor de sier zitten. De positie van het koningshuis is iets wat me principieel een beetje tegen de borst stuit, maar dat is weer een geheel andere discussie, dus dat laten we even buiten beschouwing. Wat ik alleen niet begrijp is dat men – zowel koningshuis als kabinet – van een serieus evenement als Prinsjesdag zo nodig een halve absurdistische modeshow moet maken.

Ik kan me ook totaal niet voorstellen dat er daadwerkelijk veel mensen op deze bizarre combinatie zitten te wachten. Me dunkt dat de populatie die interesse heeft in modeshows niet zozeer zit te wachten op een miljoenennota, en vice versa. Wat ik dan ook vooral niet snap is de berichtgeving om deze cultus heen. Het kan me intrinsiek niet veel schelen in welk kostuum een kamerlid naar een belangrijke bijeenkomst gaat. Ik vind het op zich zelfs wel een goed teken dat niet iedereen in driedelig grijs gaat, want dat getuigt ook van weinig individuele smaak. Wat ik wel raar vind is dat het belang van wie welke jurk aanheeft constant zo benadrukt wordt. Alsof het feit dat er een politica van de Christenunie in gerecycled NS-materiaal rondloopt even belangrijk is als de huidige economische stand van zaken of het vluchtelingenprobleem.

De NS-outfit in kwestie. (Foto: ns.nl / RTL Boulevard)

Wie heeft dit eigenlijk verzonnen? Verschillende bronnen zeggen dat het het idee was van Erica Terpstra in 1977. Zij vond het vreemd dat er zo weinig hoeden gedragen werden en zette er wel een op, gewoon ter bevordering van de diversiteit. Op zich een nobel streven. Maar de huidige gang van zaken is dat men zowat over elkaar heen buitelt om er maar zoveel mogelijk tijd en geld in te steken. Het dunkt me dat dat weer het andere uiterste is.

Van mij mogen politici best hippe dan wel opvallende kleding aantrekken of vreemde hoedjes opzetten, al dan niet om daar een statement mee te maken. Maar in mijn ogen gaat Prinsjesdag niet om die kleding. Het is oppervlakkig en irrelevant om er zoveel aandacht aan te besteden. Dat geldt zowel voor de media als voor de deelnemers aan deze parade zelf.

Advertenties

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s