Niemand boeit het iets: de waterschappen

Afgelopen donderdag schreef Roel over hoe de Provinciale Statenverkiezingen zijn overgenomen door landelijke punten, maar er is op 18 maart nog een andere verkiezing, die al helemáál niet aan bod komt. Iedereen die stemrecht in Nederland heeft, zal inmiddels wel een envelop van de gemeente hebben ontvangen, waarop in flinke rode letters staat dat deze envelop de stempas(sen) bevat. Maak deze eens open. Naast een blauwe kaart (voor de provinciale staten) en een begeleidende brief, zit er waarschijnlijk ook een groene kaart tussen, die er zo uit ziet:

Mocht iemand ooit een foto willen zien van een stempas voor de waterschapsverkiezingen: hier is er een.
Mocht iemand ooit een foto nodig hebben van een stempas voor de waterschapsverkiezingen: hier is er een.

Dit is de stempas voor de waterschapsverkiezingen, en praktisch niemand weet van deze verkiezingen af.

In deze verkiezingen worden voor 23 van de 24 waterschappen in Nederland gestemd: alleen het Waterschap Vechtstromen (tussen Emmen en Enschede) doet niet mee, omdat daar al verkiezingen voor waren in 2013. De waterschappen, in het westen vaak ook hoogheemraadschappen genoemd, hebben maar één taak: het bijhouden van de waterhuishouding in Nederland. Denk hierbij aan onderhoud aan dijken, waterzuivering, zwemwaterkwaliteit, grondwaterpeil en recreatiegebieden. Het is niet het meest spectaculaire onderwerp aller tijden, maar gezien Nederland zo gevoelig is voor overstromingen is het wel belangrijk dat er een speciaal instituut voor is. Het is ook een bijzonder oud instituut: het Hoogheemraadschap van Rijnland, waar mijn stad Leiden in ligt, is opgericht in 1255, en daarmee een van de oudste nog bestaande vormen van lokale overheid ter wereld. Sterker nog: iedere latere lokale overheid in Nederland is gebouwd op dit systeem.

En het oude wapen van het Hoogheemraadschap van Rijnland is fantastisch.

Het probleem van deze instututen is alleen dat niemand naar de stembus komt voor zulke flashy standpunten als “Het waterschap mag meebetalen aan gemeentelijke projecten waar regenwater en rioolwater worden gescheiden” of “Kosten voor extra bemaling van landbouwgrond moeten boeren zelf betalen”. Opkomst bij deze verkiezingen zijn dan ook dramatisch: bij de waterschapsverkiezingen in 2008 was de opkomst 24%, in 2004 een procent lager. Het feit dat ik een kwartier op het internet heb moeten zoeken om überhaupt deze cijfers te vinden, zegt ook al genoeg over hoe belangrijk men deze verkiezingen vindt.

Blijkbaar niet.

Niet dat de overheid geen pogingen heeft gedaan om de opkomst te verhogen. In 2004 werd er besloten om stemmen via internet mogelijk te maken, in 2008 werd het mogelijk om op partijen te stemmen, en moesten stembiljetten per post worden opgestuurd. Zowel stemmen via internet als per post draagt een extreem hoog risico op fraude met zich mee, maar hè, het zijn maar de waterschappen. Dat de stem op Water Natuurlijk van F. Jansen te Roelofarendsveen kwijt is geraakt in het postkantoor, is geen bijzonder grote tragedie voor de parlementaire democratie. Tot dusver hebben deze methodes geen verbetering in de opkomst gebracht, dus gooit de overheid het wederom op een volkomen nieuwe boeg.

De waterschapsverkiezingen worden nu op hetzelfde moment gehouden als de verkiezingen van de Provinciale Staten. De opkomstcijfers van deze verkiezingen liggen al sinds 1991 rond de 50%, nog altijd niet bijzonder hoog, maar wel twee keer zo hoog als dat van de waterschappen. Hopelijk zorgt dit systeem ervoor dat er iets meer mensen zullen zijn die het iets boeit.

Advertenties

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s