Ik verstoa d’r ’n zâk vân.

De Nederlandse taal wordt steeds minder gewaardeerd; daar schreef ik ruim een jaar geleden al over. Roel deed hier afgelopen woensdag nog een schepje bovenop in een blog waarin hij de Nederlandse dialecten de lof gaf die zij verdienen maar doorgaans niet krijgen. Grappig genoeg had ik de dag daarvoor net een discussie met iemand over Nederlandse accenten en dialecten. Toen constateerde ik dat dialecten van buiten de Randstad vaak nog wel mooi of ‘exotisch’ gevonden worden. Accenten uit de Randstad worden echter vaak met een scheef oog aangekeken. Oók geheel onterecht.

In het algemeen is de waarde die aan ABN wordt gehecht sowieso veel te groot. In de academische wereld is het begrijpelijk dat gezocht wordt naar een standaard om aan af te meten. In het dagelijks leven is de variëteit binnen taal juist normaal en zelfs heel mooi. Taal is afhankelijk van duizenden factoren en altijd veranderlijk. Dat mensen in het hoge noorden of beneden de rivieren een andere vorm van Nederlands spreken, maakt hen niet minder Nederlands. Maar dat mensen uit Amsterdam of Rotterdam, Den Haag of Utrecht anders Nederlands spreken maakt hen niet minder intelligent – en dat is wel wat vaak wordt geïmpliceerd.

Een zachte G of een licht Twents accent kan nog wel eens als romantisch gezien worden; het is iets bijzonders, iets dat de spreker onderscheidt van de rest. Let wel: wanneer het dialect moeilijker te verstaan is verdwijnt deze associatie volledig. Een duidelijke Rotterdammert wordt echter vaak maar al te graag op de hak genomen, en als iemand plat Utregs praat wordt diegene dat ook niet in dank afgenomen. Zo vindt er een elitaire taalmoord plaats die de randstadsdialecten een langzame dood laat sterven.

Jules Deelder weet hoe het zit, en in zijn geval lijkt de rest van Nederland dat ook te weten. De nachtburgemeester van Rotterdam spreekt nog altijd even plat in het stadsdialect dat hij gewend is, en niemand vindt er iets negatiefs van. Het is zijn ding. Maar waarom kan het alleen zíjn ding zijn? Omdat hij zich profileert als een intelligente man? Omdat hij heeft bewezen dat hij niet zo is als de gemiddelde Rotterdammert?

Veel van de vooroordelen komen voort uit het feit dat de ‘hogere klassen’ vaak meer standaard Nederlands spreken, en dat ook al doen sinds het eind van de negentiende eeuw. Dat is bij dialecten buiten de Randstad minder het geval; daar voert de plaatselijke taal nog altijd de boventoon. Nu wil ik niet pleiten voor het invoeren van het stadsdialect als de officiële taal. Wel wil ik dat men met iets meer rede naar het stadsdialect leert kijken – het begint te zien als een stadseigen interpretatie van de Nederlandse taal, in plaats van een verloedering daarvan. Het Utrechts sterft uit en wordt vooral nog gesproken door ouderen; voor het Haags wordt de neus opgehaald mede met dank aan Oh-Oh-Chersotypetjes.

Het is zo jammer dat de verscheidenheid in de Nederlandse taal langzaam maar zeker de kop wordt ingedrukt omdat men het eeuwig veranderende standaard-Nederlands verkiest boven de plaatselijke gewoontes, uit naam van een misplaatste norm van intelligentie. Het laat ons in arremoei achter.

Advertenties

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s