De Commissie Stiekem, het geheime clubhuis van de Tweede Kamer

Vorige week besprak ik een voorstel van Joram van Klaveren, nu ga ik me bezighouden met een voorstel van zijn fractiegenoot. Louis Bontes wilt namelijk, samen met onafhankelijk Kamerlid Norbert Klein, toegelaten worden tot de Tweede Kamercommissie voor de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten, in de wandelgangen ook wel de Commissie Stiekem genoemd. Dit is een vertrouwelijke commissie waarin staatsgeheimen worden besproken en de inlichtingendiensten (AIVD en MIVD) worden gecontroleerd. Jammer genoeg is er nauwelijks een reactie geweest op dit voorstel. Ja, er was een opiniërend stuk van de Dagelijkse Standaard, maar dat artikel hield zich alleen bezig met een uitzonderingsituatie (wat als het om een partij gaat met mogelijke banden met een ander land?). Daarom zal ik vertellen waarom, naar mijn mening, het toevoegen van éénmansfracties en politieke afsplitsingen bij de ‘Commissie Stiekem’ per definitie geen goed idee is.

De commissie bestond lange tijd alleen maar uit de fractievoorzitters van de vier grootste partijen, maar hier is in 2004 verandering in gekomen. Tegenwoordig zijn de fractievoorzitters van alle verkozen partijen commissielid, en de Kamerleden die na de verkiezingen hun fractie hebben verlaten om zelfstandig verder te gaan, worden niet vertegenwoordigd. Op dit moment zijn er daar 4 van: Groep Kuzu/Özturk, Groep Bontes/Van Klaveren, Ronald van Vliet, en Norbert Klein. Het plan van Bontes en Klein is dus om hier verandering in te brengen.

Maar waarom vind ik dat een slecht idee? Mijn grootste probleem ligt in de functie van de commissie zelf: de parlementaire controle op de inlichtingendiensten. Het idee hierachter is dat gekozen parlementariërs inzage kunnen krijgen in hoe overheidsinstanties werken, en dat is zeker bij staatsgeheimen belangrijk. Toen men in 2004 ervoor koos om voortaan iedere fractievoorzitter in deze commissie te laten zetelen, was dit uit de overtuiging dat niet slechts de meerderheid, maar de gehele bevolking een stem zou moeten krijgen in de staatsveiligheid. Maar in hoeverre kan je nou bij afgesplitste fracties zeggen dat zij het volk vertegenwoordigen?

In Nederland stemt de bevolking veel eerder op partijen dan op personen. De campagnes zijn volledig gefocust op de lijsttrekker, maar alleen als personificatie van de partij, persoonlijke campagnes zijn minimaal, en er is geen enkele partij waar niet minstens 60% van de stemmen naar de nummer 1 is gegaan. Natuurlijk zijn er mensen geweest die op Bontes, Klein of Kuzu persoonlijk hebben gestemd, maar dat is een minimale hoeveelheid. 3500 mensen hadden in 2012 op Norbert Klein gestemd, terwijl men bij die verkiezingen meer dan 62.000 stemmen nodig had om überhaupt een zetel te krijgen. Zelfs de meest gesteunde fractie (Kuzu/Özturk) haalde hooguit de helft daarvan. Zijn dit dan nog echte volksvertegenwoordigers, of zijn het parlementariërs die vooral dankzij hun oude partij in de Kamer zijn gekomen en daar nu onevenredig veel voordeel uit halen?

Laat eerst de bevolking maar bepalen of Bontes, Kuzu of Klein terug mogen keren in de Kamer, voordat ze inzage krijgen in de staatsgeheimen. Tot die tijd moet de ‘Commissie Stiekem’ een geheim clubhuis blijven.

Advertenties

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s