Ik versta d’r een zak van

17393_kaartje
Dat dus.

Op zondagmiddag mag ik graag de familiemens uithangen. Ik drink dan ook regelmatig een kopje thee bij mijn schoon-oudtante. Elke keer als mijn vriendin en ik daar op visite komen is het tussen de Bossche bollen en zelfgemaakte kroketten eten door een waterval aan Brabants gebrabbel. Kwekken is daar omgedoopt tot een heuse sport, geloof me. Ik struikel dan ook regelmatig over de verstaanbaarheid van deze gesprekken. Veel mensen van buitenaf vinden dat soort dialecten vervelend, maar ik vind dat fantastisch.

Hoewel sommigen binnen mijn schoonfamilie met een beetje moeite prima zijn te verstaan, wordt er altijd veel neergekeken op mensen die voor hun dialect uitkomen. Dat is niet alleen bij de Brabanders, maar ook bij Groningers, Friezen (als taal) of Limburgers en allerlei andere grensstreekjes binnen de Hollandse provincies. Het is regelmatig een bron van ergernis van mensen die er niet geboren en getogen zijn.

Ik vraag me dan af: vanwaar deze afkeur voor het Nederlands dialect? Ik vind het een rijkdom dat je uit zoveel verschillende smaken te kiezen hebt in zo’n klein land. Mijn schoon-oudtante praat bijvoorbeeld plat Boxtels, mijn vroegere buurman van een paar huizen verderop Westerkwartiers. Moet er dan zo’n punt gemaakt worden van verstaanbaarheid? Of is het de behoefte neer te kijken op een minderheid? Ik denk dat al deze veroordelingen een aardig plaatje vormen van de negativiteit tegen dialecten. Maar er is nog een veel groter en overheersende factor en dat is verbroedering.

Taal verbroedert immers. We zijn Nederlands, praten over het algemeen Nederlands met elkaar en omdat we elkaar kunnen verstaan is het grootste deel van onze opgebouwde relaties ook met Nederlands sprekenden. Althans, meer dan met Duitsers. Logisch toch? Hetzelfde geldt voor dialect. Dialectsprekende plattelanders hebben minder met het vaak ABN-sprekende stedelijke volk om veel redenen, maar niets spreekt zoveel tot de verbeelding als taal. Onbewust zorgt dat dus voor een onzichtbare grens met andere Nederlanders omdat taal een ontzettend belangrijke rol speelt binnen je identiteit.

En die onzichtbare grens, die mag wat mij betreft weg. Ik ontkom er niet aan dat die barrière vaker wordt opgelegd door mensen die zonder accent zijn opgegroeid dan diegene met. Kijk bijvoorbeeld naar de aversie tegen de Friese taal. Die woorden zijn lang niet zo moeilijk als je er een klein beetje moeite voor doet. Iemand die geen Duits kan, kan ook een brood bestellen bij een Duitse bakker. Zo werkt het ook in een supermarkt in Surhuisterveen.

Het is verder ook geen persoonlijke aanval als iemand Fries tegen je praat. De reacties van buitenstaanders zijn regelmatig denigrerend als “Je woont toch in Nederland?!” óf “Stelletje buitenlanders”. Prima om over te grappen, maar wel jammer voor het algehele beeld van de grootse rijkheid der Nederlandse taal. Als jij ABN terugspreekt zijn Friezen absoluut niet de beroerdste om voor je om te schakelen. Met een prachtig accent uiteraard.

Bij voorbaat je te ergeren aan andermans dialect zonder een beetje te verdiepen in de taal is zonde. Nederland is uit meer opgebouwd dan een Gooische R en een zachte G. Praat er eens over met iemand die een accent heeft en voor je het weet heb je net zulke hilarische zondagmiddagen met Bossche bollen als ik!

Advertenties

One thought on “Ik versta d’r een zak van

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s