Fietsvriend

Afgelopen week kreeg ik een telefoontje. Of ik mijn fiets had achtergelaten bij de fietsenmaker op station Utrecht CS. Ja, mijn fiets was ziek. Het achterwiel was vastgelopen en ik moest hem met de nodige zweetdruppels door hartje Utrecht zeulen om hem bij een dokter af te leveren. “Dan heb ik slecht nieuws voor u”, zegt de man aan de andere kant van de lijn. Ik moest kiezen tussen een dure orgaantransplantatie of een gratis euthanasie. Ik koos met pijn in het hart voor het laatste.

“Dankuwel dat u de fiets wilt afstaan, misschien kunnen we nog wat met het voorwiel!” En de telefoon werd opgehangen. Even kijk ik wat roerloos naar mijn sleutelbos die ik toevallig net in het sleutelgat van de voordeur had gestopt. Shit, mijn fiets!

Los van de beeldspraak vind ik dit niet minder dramatisch dan ik het hierboven beschrijf. Ik vind het oprecht superjammer dat mijn tweewieler naar de schroothemel is gegaan. Het was een van de meest memorabele cadeaus van mijn opa en oma ooit, zo vlak voordat ik naar de middelbare school ging. Met een mbo-opleiding ertussendoor dat zo goed als 10 volle jaren geleden!

Nu zul je misschien denken dat er fietsen zijn die het langer volhouden, maar dit was niet een van het normale soort. Dit was een Gazelle Primeur, een van de weinige nieuwe modellen voor jongeren met enkel een terugtraprem, met een fietsbeugel (ossenkop, ligstuur red.) en met een tijdje een heuse toeter (dat vond ik leuk in het begin, ja!).

Deze fiets bracht mij eindeloos naar plaatsen als Marum, Doezum, Grootegast en Drachten, maar ook Leeuwarden, Groningen of zelfs Delfzijl. Deze fiets kwam ook buiten de noordelijke provinciegrenzen zoals Emmeloord, Veenendaal, Deventer, Arnhem en dat ene plaatsje waar Iris woont. Deze fiets heeft mij naar een van mijn eerste soort van dates gebrachten sleepte me door regen en wind over de Afsluitdijk. Deze fiets heeft zoveel kilometers achter de kiezen waar sommige auto’s zich aan kunnen meten. Oftewel: deze fiets was op een paar lekke banden na onverwoestbaar.

Gek genoeg is dit een van de weinige foto's die ik nog van mijn fiets heb. Hier is-ie bepakt en bezakt voor de fietsvakantie in 2008.
Gek genoeg is dit een van de weinige foto’s die ik nog van mijn fiets heb. Hier is-ie bepakt en bezakt voor de fietsvakantie in 2008.

Maar, de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat roest een ware sluipmoordenaar is. Toen ik meer richting het westen kwam te wonen begonnen de eerste mankementen zich aan te dienen. Nieuwe ketting erop, het spatbord viel eraf net zoals de fietsbel en het voorlicht. Het enige wat het nog echt deed waren de wielen en de trappers. Het was gelukkig nog altijd goed genoeg om die heerlijke zomer uit 2013 heen-en-weer te pendelen tussen Hilversum en Utrecht.

Tot een dag in de Utrechtse wijk Rijnsweerd ik een slipbeweging moest maken. Het achterwiel had het leven gelaten en draaide niet meer. Eenmaal aangekomen op De Uithof begon het laatste slijtagewerk. Twee reclamebordvervangmannetjes (3x woordwaarde) boden me de helpende hand en dachten de oorzaak van het probleem gevonden te hebben. Met de beste bedoelingen sloopten ze letterlijk de kettingkast eraf, zonder dat het enig resultaat opleverde. De fiets was nu compleet uitgekleed en niets leek mijn stalen ros te kunnen redden. Zelfs de fietsenmaker heeft het nu gezegd: het is over. Einde verhaal.

Als je er even bij stilstaat, zoals ik doe met deze blog, draagt de fiets de meeste herinneringen met zich mee. Het is een aanwinst als je er een hebt en je mist hem eindeloos als je hem verliest.

Mijn fietsvriend. Rust in vrede en hopelijk leeft dat ene voorwiel voort op een ander prachtig barrel…

Advertenties

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s