Just here because I have to be: waarom stemplicht een slecht idee is

Met mijn vierde en laatste blog over de verkiezingen van het Europees Parlement ga ik toch nog een beetje valsspelen, omdat ik het over een effect ga hebben dat niet alleen voorkomt in Europa, maar ook bij de gemeente, de Provinciale Staten, en soms zelfs de Tweede Kamer. De opkomst bij de verkiezingen voor het Europees Parlement dreigt namelijk niet best te worden: slechts 39 procent. Ter vergelijking: bij de vorige waterschapsverkiezingen (weten jullie waar dit over gaat? Ik ook niet!) zijn er waterschappen geweest waar de opkomst even hoog was. Dit soort dramatische opkomstcijfers nodigt uit tot een discussie over het verplicht stellen om naar de stembus te gaan.

En dat is een erg slecht idee.

De stemplicht is geen nieuw idee, er zijn namelijk drie landen in de EU die dit nog altijd in stand houden: België, Luxemburg en Griekenland. Nederland zelf heeft ook tot 1970 stemplicht gehad, waarna het op initiatief van D66, toen nog wél een hervormingspartij, werd afgeschaft. Doel van zo’n plicht is om de verkiezingen legitiemer te maken, immers weet je pas echt wat iedereen wil, wanneer iedereen heeft gestemd over wat hij wil. Het probleem is alleen dat stemplicht een verkeerde manier is om dit te bewerkstelligen.

De kans is namelijk dat degenen die nu níet stemmen, zich simpelweg niet willen bezighouden met de verkiezingen. Het is wel goed zo, of juist helemaal niet goed zo. Deze mentaliteit zal ervoor zorgen dat men zal gaan stemmen op grappartijen (denk Partij van de Toekomst, met Johan Vlemmix als lijsttrekker), of extreem vaak blanco. Dat soort dingen bevordert de legitimiteit helemaal niet, het verprutst alleen maar de datasets voor politicologen die de uitslag proberen te duiden.

Oké, dat argument is misschien niet zo belangrijk voor niet-politicologen. Maar ook de logica “stemplicht = hogere opkomst” klopt niet. Griekenland, één van de landen met stemplicht, heeft ondanks deze verplichting een opkomst van slechts 62% bij de landelijke verkiezingen, tegenover een opkomst van 78% voor de Nederlandse Tweede Kamerverkiezingen. Een kale verplichting zal dus niet helpen, je moet de bevolking daarnaast echt een reden geven om naar de stembus te gaan. Niemand ligt immers wakker van een tientje boete.

En die reden wordt gegeven door de kandidaten. Wanneer iedereen moet stemmen, wordt het nóg meer van belang om zo veel mogelijk mensen binnen te slepen. Dat betekent dat er minder tijd en minder aandacht zal zijn voor doordachte argumenten. Wanneer een zwevende kiezer te moeilijk is om te overtuigen ga je door naar de volgende, die misschien met een paar vage taglines te overtuigen is. Een campagne wordt populistischer, en je inlezen wordt minder belangrijk.

Nu zouden mensen dit kunnen zien als argument tegen democratie, dat een deel van de bevolking geen stemrecht zou ‘moeten’ hebben, maar de vraag is of mensen die normaal gesproken het niet kunnen opbrengen om twee minuten te besteden aan het invullen van een wit rondje naast een naam überhaupt wel zeggenschap zouden moeten hebben in de politiek. Ze willen het schijnbaar niet, waarom zou je ze dan dwingen?

Advertenties

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s