Plantsoentjes, opa’s en een lage opkomst: de gemeenteraad

stempasIedereen boven de 18 en die ten minste 5 jaar in Nederland woont zal deze brief met blauwgrijze inhoud hopelijk nu wel gehad hebben: de stempas. Dit stukje papier kan op 19 maart worden ingewisseld voor een groot vel met lijstjes namen met een cirkeltje ernaast, en een rood potlood, en de bedoeling is om met het rode potlood één van deze cirkeltjes in te kleuren. Dan gooi je dit vel in een soort omgebouwde kliko en ga je weer iets anders leuks doen.

Goed, misschien is deze beschrijving wat kinderachtig. Desondanks gaan waarschijnlijk rond de 6 miljoen mensen deze simpele taak niet uitvoeren: de opkomstcijfers voor de gemeenteraadsverkiezingen schommelen al jaren rond de 50%. Maar waarom niet?

Het eerste probleem is dat lokale problemen simpelweg niet zo veel stemmen trekken, zeker niet in steden. Men stemt erg vaak vanuit overtuigingen die meer van toepassing zijn op nationale verkiezingen dan op die van de gemeenteraad, veel kiezers weten vaak niet eens wat de partijplannen zijn voor de stad waarin zij wonen voordat ze stemmen. Zelfs stemmen op lokale partijen heeft een nationaal tintje: dit betekent vaak dat stemmers ontevreden zijn over nationale partijen en daarom uit protest tegen hen allemaal stemt. Deze soort verkiezingen heten second order elections, en naast de gemeenteraad zijn dit bijvoorbeeld ook die voor het Europees Parlement (stem daar dit jaar ook voor op 22 mei!), de Provinciale Staten, en de Waterschappen (en laten we eerlijk zijn: hoeveel mensen weten nou wat dáárbij op het spel staat?).

Het tweede probleem is wat de gemeenteraad precies inhoudt: een bijzonder tijds- en arbeidsintensieve taak dat maar een beperkte impact heeft op de omgeving, en ook nog eens bijzonder ondankbaar kan zijn omdat de gemeente wordt geassocieerd met zure ambtenarij en het focussen op heikneuterige onderwerpen als fietsenrekken of plantsoentjes. Dat heeft tot gevolg dat de kieslijst bijna nooit de bevolking van de gemeente reflecteert: het werkend deel heeft wel betere dingen te doen dan in een verlopen zaaltje te gaan praten over parkjes en hekjes. Vooral ouderen stellen zich verkiesbaar: de gemiddelde leeftijd voor een raadslid is 53 jaar, terwijl Tweede Kamerleden gemiddeld 45 jaar oud zijn. Je kan je voorstellen dat een stembiljet vol mannen (want 75% is man) die je opa hadden kunnen zijn niet veel jongeren naar de stembus trekt.

Tenslotte is er ook nog het effect van mensen die steeds vaker verhuizen. Waar je in de jaren ’60 nog voldoende mensen in het platteland had die nooit zelfs maar buiten het dorp zijn geweest, is dat anno 2014 wel anders. 90% van de stemmers is wel een keer van woonplaats veranderd in zijn leven, en dat zorgt ervoor dat mensen steeds minder een binding voelen met de woonplaats en daarmee ook hoe de woonplaats bestuurd wordt. Niemand maakt een bijzonder afgewogen keuze als hij niet weet wie de mensen op het stembiljet zijn en als hij niet weet of hij bij de volgende verkiezingen er überhaupt nog woont.

Ik hoop in ieder geval dat zoveel mogelijk mensen alsnog gaan stemmen volgende week. Hou het opkomstpercentage in ieder geval nog even boven de 50!

Advertenties

2 thoughts on “Plantsoentjes, opa’s en een lage opkomst: de gemeenteraad

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s