De speurders van Doorn

Een opmerkelijk en typisch Hollands verschijnsel de afgelopen week. Tientallen vrijwilligers hebben de Doornse bossen afgestruind om de twee vermiste jongetjes uit Zeist, Ruben en Julian, te vinden. Zo doen we dat. Heb je suiker nodig, dan klop je aan bij de buurman. Als er iemand onderuit gaat help je diegene overeind. En bij vermiste kinderen starten we als samenleving een gezamenlijke zoektocht. Want als de nood het hoogst is helpen Nederlanders elkaar en daar is op zich niets mis mee. Toch?

Ik wil in dit artikel niet het saamhorigheidsgevoel ondermijnen en zeker niet het burgerinitiatief, maar er valt wel iets over te zeggen. En dat deed de politie ook. Vandaar dat elke groep  een agent meekreeg om de mensen te helpen zodat ze zelf niet sporen missen of uitwissen.  Zo wordt het uiteindelijk een grootschalige mediaoperatie met prioriteit van de politie en 250 onervaren burgers.

Dankzij die grootse aandacht hoorde ik zaterdag een typerende quote op Radio 1. Een man had een trui gevonden in het bos. “Maar de kleding was van een meisje, dus dat heeft waarschijnlijk niets te maken met de vermissing”, aldus de vrijwilliger. Op het NOS-journaal van 10 mei vertelde een andere man hoe ze een lijn van 15 meter hadden gevormd en een, volgens hen, “nog niet stukje doorzocht bos” hadden afgewerkt. Zo zullen er nog veel meer mensen zijn die dingen hebben ontdekt of acties hebben ondernomen.

Als ik mee zou doen en zo gedreven was om de kinderen te vinden, zal ik achter alles iets zoeken. Niet alleen een trui, wat een overduidelijke aanwijzing kan zijn, maar ook krassen op bomen een geknakte tak of een verdwaald leeg blikje cola. Net als op TV, wat een vertekende wereld is natuurlijk. Ik zou dus niet kunnen afwegen wat bruikbaar is en wat niet. Moet je mij dan op mijn goedbedoelende woord geloven dat ik alles heb afgezocht? Misschien heb ik wat gemist?

Een mens heeft tenslotte maar twee ogen en het idee dat vele handen licht werk maken komt ook zeker van pas met zo’n zoektocht. Maar die onervaren ogen missen misschien wel belangrijke details. En een agent kan, lijkt mij, niet over elke schouder meekijken of je ogen niet wat afdwalen. De kritische vraag vind ik dan ook of dit onderzoek  daadwerkelijk vooruit geholpen wordt met zo’n initiatief. Simpelweg omdat deze vrijwilligers geen mariniers of sporenonderzoekers zijn.

Tegelijkertijd kun je zo’n initiatief ook niet een halt toe roepen. De politie vraagt zo vaak de hulp van burgers (Burgernet, Opsporing Verzocht) dat dit breed wordt omarmt. Het is een transparant onderzoek en, hoe je het ook wend of keert, levert het na Project X ook  weer eens een beetje positieve publiciteit op voor de autoriteiten. Hoe de afloop ook moge uitpakken; iedereen heeft geholpen en er is werkelijk alles op alles gezet om de kinderen te vinden. Niet in de laatste plaats omdat zo’n grote zelfstandige actie natuurlijk een ontzettend mooi gebaar is naar de moeder en andere familie en dierbaren van de kids.

Terugkomend op de hoofdvraag: helpt het? Een arsenaal aan goedbedoelende vrijwilligers met begeleidende agenten. Of werkt een goed opgeleid team aan getrainde rechercheurs net zo prima, maar is daar de mankracht niet voor? Dat speurt namelijk al lang op andere locaties. In feite heeft de politie het Doornse bosgebied al lang uitgesloten.

Enfin, eigenlijk heb ik geen recht van spreken want ik ben geen politieman. Net als die 250 burgers die onprofessionele en menselijke fouten kunnen en mogen maken. Ze zoeken waarschijnlijk in een hooiberg zonder speld. Die ligt namelijk ergens anders dan in Nederland en de politie weet dat stiekem zelf ook.

Advertenties

Deel je mening!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s